Onteigening

Al meer dan 25 jaar zijn wij betrokken bij onteigeningszaken. Wij behartigen met name de belangen van bedrijven en particulieren die onteigend (dreigen te) worden. Dit doen we zowel voorafgaand als in een eventuele onteigeningsprocedure, zowel in de administratieve als de gerechtelijke onteigeningsprocedure en in de gerechtelijke procedure zowel bij de rechtbank als in cassatie bij de Hoge Raad. Wij kunnen u adviseren over de mogelijkheden om verweer te voeren tegen een dreigende onteigening, maar u ook bijstaan in de onderhandelingen over de u toekomende schadeloosstelling.

Wat is onteigening?

Voor het uitvoeren van projecten, zoals de aanleg van wegen of spoorwegen, dijkversterkingsmaatregelen of het realiseren van woonwijken of bedrijventerreinen, heeft de overheid gronden nodig waarover zij niet altijd beschikt. Om die projecten toch te kunnen realiseren kan de overheid gronden onteigenen; dat wil zeggen dat de eigendom van de grond gedwongen naar de overheid gaat.

Omdat onteigening de meest verstrekkende inbreuk is die op een eigendomsrecht kan worden gemaakt, mag onteigening alleen plaatsvinden wanneer dit in het algemeen belang gebeurt en nadat de overheid heeft geprobeerd om de gronden (met eventuele daarop staande gebouwen) aan te kopen. Bovendien moet de overheid een speciale onteigeningsprocedure voeren en moeten de eigenaren volledig schadeloos worden gesteld voor het verlies van hun gronden. Ook overige rechthebbenden, zoals huurders en pachters, moeten schadeloos gesteld worden wanneer zij door een onteigening rechten verliezen.

Onteigeningsprocedure

Een onteigeningsprocedure bestaat uit twee fases. In de eerste fase, de administratieve procedure, vraagt een bestuursorgaan van de overheid (zoals een gemeente, provincie, waterschap of het Rijk) aan de Kroon om in een onteigeningsbesluit gronden ter onteigening aan te wijzen. De eigenaren en overige belanghebbenden kunnen tegen dit verzoek bezwaren aanvoeren. De Kroon toetst vervolgens of de procedures juist zijn gevolgd en of aan de voorwaarden voor onteigening is voldaan.

Indien de Kroon gronden ter onteigening aanwijst, betekent dit nog niet dat de gronden in eigendom overgaan. Het bestuursorgaan dient eerst nog een gerechtelijke procedure tegen de eigenaar te voeren, waarin het de burgerlijke rechter verzoekt om de onteigening uit te spreken en om een schadeloosstelling vast te stellen voor de eigenaar (en eventuele andere rechthebbenden). De eigenaar en andere rechthebbenden kunnen verweer voeren. De gerechtelijke procedure is de tweede fase van de onteigeningsprocedure.

Indien aan alle voorwaarden is voldaan en een eventueel verweer tegen de onteigening is verworpen, spreekt de rechtbank bij vonnis de onteigening uit, bepaalt een voorschot op de te betalen schadeloosstelling en benoemt deskundigen om de rechtbank te adviseren over de schadeloosstelling. Nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, het voorschot is betaald en een descente (plaatsopneming door de deskundigen) heeft plaatsgevonden, kan de overheid het vonnis inschrijven in het kadaster, waardoor de overheid eigenaar wordt van de grond. De procedure over de hoogte van de aan de onteigende en eventuele rechthebbenden toekomende schadeloosstelling wordt daarna pas in volle omvang gevoerd. De rechtbank stelt uiteindelijk de hoogte van de aan de onteigende toekomende schadeloosstelling bij vonnis vast, nadat zij daarover door de door haar benoemde deskundigen is geadviseerd.

Cassatieberoep

Zowel tegen het vonnis waarin de rechtbank de onteigening uitspreekt als tegen het vonnis waarin de rechtbank de schadeloosstelling(en) vaststelt staat cassatieberoep open.

Een selectie van onteigeningszaken waarbij wij betrokken zijn geweest vindt u hier.