Tweemaal cassatieberoep tegen een vonnis, kan dat?

Tweemaal cassatieberoep tegen een vonnis, kan dat?

Deze vraag kwam aan de orde in een door ons in cassatie behandelde onteigeningszaak waarin de Hoge Raad op 15 december 2017 arrest heeft gewezen (ECLI:NL:HR:2017:3141). Aan dit arrest besteedden wij eerder aandacht.

Wat was er aan de hand?

Onze cliënt stelde tweemaal cassatieberoep in tegen het vonnis van de rechtbank, zowel voor zichzelf als juridisch eigenaar van het onteigende, als voor de economisch eigenaar van het onteigende. De Staat betoogde dat onze cliënt niet-ontvankelijk was in zijn cassatieberoep, omdat een partij tegen hetzelfde vonnis niet tweemaal cassatieberoep zou kunnen instellen.

De Hoge Raad verwerpt het betoog van de Staat en overweegt daartoe:

4.2  Een eiser moet (ambtshalve) niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn tweede cassatieberoep als het instellen daarvan in de gegeven omstandigheden in strijd komt met de eisen van een goede procesorde of als de behandeling van dat beroep niet valt te verenigen met een beslissing die inmiddels is gegeven in het eerder ingestelde cassatieberoep. (Vgl. HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:505, NJ 2016/188 en HR 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9714, NJ 2008/75.)

4.3  Voor toepassing van (een van) deze gronden voor niet-ontvankelijkheid bestaat in deze zaak geen aanleiding. De middelen in beide cassatiedagvaardingen stellen geen geschilpunten aan de orde die kunnen leiden tot met elkaar onverenigbare beslissingen. Mede in verband daarmee is niet aannemelijk dat de Staat is geschaad in zijn mogelijkheden om verweer in cassatie te voeren of incidenteel cassatieberoep in te stellen. Daarom verzetten ook de eisen van een goede procesorde zich in dit geval niet tegen het uitbrengen van een tweede cassatiedagvaarding binnen de cassatietermijn onder handhaving van de eerste cassatiedagvaarding. Daarbij is van belang dat [eiser] voor het afzonderlijk doen instellen van twee cassatieberoepen door verschillende advocaten, een afdoende verklaring heeft gegeven: dit cassatieberoep ziet op de schadeloosstelling die aan [eiser] zelf toekomt, terwijl het andere cassatieberoep ziet op de schadeloosstelling die (uiteindelijk) aan Landvision als economisch eigenaar toekomt, en op voorhand valt niet uit te sluiten dat de belangen van [eiser] en van Landvision in bepaalde opzichten tegengesteld zijn.

4.4  [eiser] is dus ontvankelijk in dit cassatieberoep.