Schorsende werking herhaald WSNP-verzoek

Schorsende werking herhaald WSNP-verzoek

Op vrijdag 9 juni 2017 heeft de Hoge Raad in een door Roderick Keus in cassatie behandelde zaak een belangrijk arrest gewezen over de vraag of een herhaald schuldsaneringsverzoek schorsende werking heeft voor de behandeling van een verzoek tot faillietverklaring.

Indien een faillissementsaanvraag een natuurlijk persoon betreft, dan kan hij gedurende een bepaalde periode een verzoek indienen om de toepassing van de schuldsaneringsregeling (hierna WSNP-verzoek) uit te spreken. Door de schorsende werking van zo’n WSNP-verzoek ligt de behandeling van de faillissementsaanvraag stil totdat bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak is beslist op het verzoek. Indien positief wordt beslist op het WSNP-verzoek, dan vervalt daarmee van rechtswege het verzoek tot faillietverklaring. Het doel van deze regeling is om zoveel mogelijk te voorkomen dat natuurlijke personen failliet worden verklaard.

Tweede of herhaald verzoek schorsende werking

In de lagere rechtspraak is verdeeld omgegaan met de vraag of ook aan een herhaald schuldschuldsaneringsverzoek de behandeling van de faillissementsprocedure schorst. In de meeste zaken werd geoordeeld dat het faillissementsverzoek gewoon kon worden behandeld, omdat aan een herhaald WSNP-verzoek geen schorsende werking zou toekomen. Slechts in een aantal zaken werd de schorsende werking van een herhaald WSNP-verzoek wel voorop gesteld.

Arrest Hoge Raad van 9 juni 2017

De Hoge Raad maakt nu in zijn arrest van 9 juni 2017 ECLI:NL:HR:2017:1064 duidelijk dat als uitgangspunt heeft te gelden dat ook aan een herhaald schuldsaneringsverzoek schorsende werking toekomt. Gelet op de strekking van artikel 3 en 3a Fw en bij gebreke van een aanwijzing in de wet of de wetsgeschiedenis voor het tegendeel, moet volgens de Hoge Raad worden aangenomen dat ook aan een herhaald WSNP-verzoek schorsende werking toekomt indien het eerdere verzoek niet tot toewijzing heeft geleid en de (eventueel hervatte) behandeling van het faillissementsverzoek nog niet is gesloten.

Door de Hoge Raad wordt wel overwogen dat een rechter kan afzien van schorsing van de faillissementsprocedure indien hij tot het oordeel komt dat de schuldenaar misbruik maakt van zijn bevoegdheid (nogmaals) een WSNP-verzoek in te dienen. Daarvan zal volgens de Hoge Raad sprake kunnen zijn indien het (herhaalde) WSNP-verzoek wordt ingediend met geen ander doel dan de behandeling van het faillissementsverzoek te vertragen, of indien de betrokkene, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen zijn belang bij indiening van een (nieuw) WSNP-verzoek en dat van de indiener(s) van het faillissementsverzoek bij voortvarende behandeling daarvan, in redelijkheid niet tot de indiening van het (nieuwe) verzoek had kunnen komen.

Bij de vraag of de schuldenaar misbruik maakt van zijn bevoegdheid om een nieuw WSNP-verzoek in te dienen kan van belang zijn of hij ter zake dienende nieuwe omstandigheden aanvoert, of nieuwe omstandigheden al bij de behandeling van zijn eerdere WSNP-verzoek hadden kunnen worden aangevoerd, op welke grond het eerdere WSNP-verzoek is afgewezen en hoe lang de schorsing van de behandeling van het faillissementsverzoek inmiddels heeft geduurd. Ook kan van belang zijn of de schuldenaar talmt met het verschaffen van relevante informatie bij de behandeling van het nieuwe WSNP-verzoek.

Aangezien het hof Arnhem-Leeuwarden in de zaak die tot voornoemd arrest van de Hoge Raad heeft geleid oordeelde dat aan een herhaald verzoek in beginsel geen schorsende werking toekomt, overweegt de Hoge Raad dat dit oordeel van het hof getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing.

Mocht u nog vragen hebben dan kunt u contact met ons opnemen.