Hoger beroep tegen later tussenvonnis

Hoger beroep tegen later tussenvonnis

In artikel 337 Rv is bepaald dat hoger beroep tegen een tussenvonnis slechts kan worden ingesteld tegelijk met dat tegen het eindvonnis, tenzij de rechter die het vonnis heeft gewezen anders heeft bepaald. Indien, na daartoe verkregen verlof, tussentijds appel is ingesteld tegen een tussenvonnis, kunnen volgens vaste rechtspraak[1] ook eerdere tussenvonnissen in het hoger beroep worden betrokken.

Later tussenvonnis betrekken in hoger beroep?

In een zaak waarin de Hoge Raad op 24 november 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3018) uitspraak heeft gedaan had de rechtbank een vonnis gewezen nadat al tussentijds hoger beroep tegen een eerder tussenvonnis was ingesteld. In dit tussentijdse hoger beroep is vervolgens (zonder toestemming) incidenteel appel ingesteld tegen het latere tussenvonnis én heeft de verweerder in appel zijn eis gewijzigd. Het hof diende de vraag te beoordelen of ook dit latere tussenvonnis in het reeds ingestelde hoger beroep tegen het eerdere tussenvonnis kon worden betrokken. Het hof oordeelde dat dit, gelet op de omstandigheden, mogelijk was.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt anders. De Hoge Raad overweegt dat in een appel tegen een tussenvonnis in de zin van artikel 337 lid 2 Rv weliswaar, na daartoe verkregen verlof, ook eerdere tussenvonnissen in het hoger beroep kunnen worden betrokken, maar dat dit niet geldt voor latere tussenvonnissen. Terwijl het tussenvonnis waarvan tussentijds appel is toegelaten wel voortbouwt op eerdere tussenvonnissen, bouwt het tussenvonnis waarvan appel immers niet voort op het latere tussenvonnis. Voor tussentijds hoger beroep tegen zo’n later tussenvonnis dient, binnen de appeltermijn van dat latere tussenvonnis, afzonderlijk verlof te worden gevraagd. Ook de eisen van een goede procesorde rechtvaardigen volgens de Hoge Raad geen uitzondering hierop. Volgens de Hoge Raad had het hof Arnhem-Leeuwarden appellant niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn incidenteel appel.

Eiswijziging

Verweerder in appel had naar aanleiding van het latere tussenvonnis ook zijn eis gewijzigd. Aangezien het hof het verzet tegen deze eiswijziging ongegrond had verklaard, en tegen zo’n oordeel geen beroep openstaat, slaagt de tegen dit oordeel gerichte cassatieklacht volgens de Hoge Raad niet . Wel overweegt de Hoge Raad nog dat de op het latere tussenvonnis gebaseerde eiswijziging de vordering als zodanig betrof, en derhalve aan te merken valt als een grief tegen ook het eerste tussenvonnis, zodat deze eiswijziging niet wordt getroffen door niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen het latere tussenvonnis.

 

[1] HR 19 december 1975, NJ 1976, 574; HR 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0344 en HR 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3168.