Met terugwerkende kracht wijzigen alimentatie

Met terugwerkende kracht wijzigen alimentatie

De Hoge Raad bevestigt in zijn arrest van 12 mei 2017 (ECLI:NL:HR:2017:871) zijn vaste rechtspraak de regels omtrent het met terugwerkende kracht wijzigen van een tussen partijen geldende onderhoudsverplichting.

In het kort komen de regels van de Hoge Raad erop neer dat een rechter die een tussen partijen geldende onderhoudsverplichting wijzigt, behoedzaam gebruik moet maken van zijn bevoegdheid deze wijziging met terugwerkende kracht door te voeren. Die behoedzaamheid geldt volgens de Hoge Raad met name indien de onderhoudsverplichting met terugwerkende kracht wordt verlaagd en dit voor de onderhoudsgerechtigde ingrijpende gevolgen kan hebben doordat het in die periode reeds betaalde bedrag zal moeten worden terugbetaald. Dit geldt ook voor een rechter in hoger beroep die een door een rechter in eerste aanleg vastgestelde onderhoudsverplichting met terugwerkende kracht gewijzigd vaststelt. Eén en ander brengt volgens de Hoge Raad mee dat een rechter, indien hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid de onderhoudsbijdrage met terugwerkende kracht verlaagd vast te stellen, zal moeten beoordelen of, en in hoeverre, in redelijkheid van de onderhoudsgerechtigde terugbetaling kan worden verlangd van hetgeen in overeenstemming met diens behoefte aan levensonderhoud reeds is uitgegeven.

In de zaak die tot het arrest van 17 februari 2017 heeft geleid had de rechtbank de door de man te betalen partneralimentatie vastgesteld op een bedrag van € 1.170,–. In hoger beroep heeft het hof de door de man te betalen partneralimentatie met terugwerkende kracht vastgesteld op een bedrag van € 528,–. Doordat het hof voornoemde regels niet kenbaar had toegepast, vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst hij het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing.